Natuursteen

Al vanaf het begin van de mensheid wordt steen naast hout en been gebruikt voor gereedschap en wapens. Metalen werden pas veel later ontdekt. Vanaf de vuurstenen bijlen uit te prehistorie, marmeren beelden uit de Griekse en Romeinse tijd tot de hedendaagse gevelbekleding van kantoorpanden, heeft de mensheid natuursteen gewaardeerd en de mogelijkheden tot bewerken verder ontwikkeld.

In veel dorpen en steden kan men aan hand van de architectuur de verbondenheid met het in het woongebied aanwezige gesteente aflezen. Ondanks staal en beton heeft de natuursteen haar betekenis niet verloren. In tegendeel, natuursteen wordt steeds vaker toegepast in de inrichting van buiten- en binnenruimten en de laatste jaren steeds vaker bij particulieren thuis.

Natuursteen is een verzamelnaam van alle soorten steen die op onze aarde voorkomt. Om een onderscheid te kunnen maken in de verschillende soorten gesteenten zijn deze naar hun ontstaan in drie hoofdgroepen ingedeeld:

  • Stollingsgesteenten
  • Sedimentgesteenten (afzetting gesteenten)
  • Metamorfe gesteenten

Stollingsgesteenten

Stollingsgesteenten ontstaan door afkoeling en stolling van vloeibaar gesteente.

Deze afkoeling kan zowel in als op de aardkorst plaatsvinden. Bij afkoeling in de aardkorst (magma) ontstaan dieptegesteenten. Wanneer het vloeibare gesteente uit de aardkorst treed (lava) en afkoelt ontstaan uitvloeiinggesteenten. Als tussenvorm kan magma ook stollen in spleten of breuklagen in de aardkorst. Deze gesteenten heten ganggesteenten.

Dieptegesteenten

Deze gesteenten zijn geleidelijk afgekoeld en onder grote constante druk gevormd.

Hierdoor zijn grofkorrelige gesteenten gevormd waarbij de kristallen goed met het blote oog te zien zijn. Voorbeelden van dieptegesteenten zijn granieten en gabbro’s.

Uitvloeiinggesteenten

Wanneer magma aan het aardoppervlak komt noemen we dit lava. De lava koelt relatief snel af en stolt hierdoor ook sneller dan bij de dieptegesteenten. Deze gesteenten bevatten geen of bijna geen kristallen en hebben vaak een vloeistructuur. Door het ontsnappen van gas tijdens de vulkaanuitbarstingen bevatten deze gesteenten vaak kleine luchtbellen. Voorbeelden van uitvloeiinggesteenten zijn basalt en lava.

Ganggesteenten

Ganggesteenten vormen een overgangsgebied tussen de uitvloeiinggesteenten en dieptegesteenten. Vaak hebben ze eigenschappen van beide gesteenten. Ganggesteenten hebben altijd een dubbele naam. Voorbeeld van ganggesteenten is basaltlava.

Sedimentgesteenten

Sedimentgesteenten ontstaan door afzetting van klei, zand of kalklagen die vervolgens zijn versteend. Deze gesteenten ontstaan altijd in rivieren en zeeën.
Deze afzettingen zijn afkomstig van geërodeerde natuursteen of de kalk van schaaldiertjes.
Voorbeelden van sedimentgesteenten zijn zandsteen, leisteen en kalksteen.

Metamorfe gesteenten

Door beweging van de aardplaten ontstaan o.a. gebergten. Deze beweging veroorzaakt extreme druk en temperaturen. Hierdoor ondergaan de bestaande gesteenten een metamorfose waarbij zowel het uiterlijk als de eigenschappen van het gesteente verandert.
Voorbeelden van Metamorfe gesteenten zijn kalksteen>marmer, zandsteen>kwartsiet en graniet>gneiss.